Resultaten van Het Spreekuur

24/07/13

Het Spreekuur/ Een Schreeuw om discussie Motel Mozaique 2013

Een van de programmaonderdelen van editie 2013 werd gevormd door Het Spreekuur dat zowel op vrijdag als zaterdag plaatsvond in het kunstwerk Stageability in de hal van de Rotterdamse Schouwburg.

Bezoekers van het festival werd de mogelijkheid geboden in gesprek te gaan met ‘experts’ uit de culturele sector van de stad Rotterdam. In verhouding tot andere steden is de culturele sector in deze stad extra zwaar getroffen door de bezuinigingen van het gedoogkabinet Rutte1. Reden om tijdens de dertiende editie van Motel Mozaique niet alleen feest te vieren maar ook van gedachten te wisselen over de toekomst van de culturele sector en daarmee ook over de toekomst van het festival. In zijn publicatie ‘De Nieuwe Democratie’ stelt de socioloog Willem Schinkel dat hij weinig kritische reflectie op onze tijd ervaart. Wellicht heeft hij gelijk, het festivalpubliek heeft nauwelijks gereageerd op de oproep met de experts in gesprek te gaan. Dat bood alle ruimte aan beeldende kunstprogrammeur Anton Hoeksema en de dames  van Cultureel Projectbureau HENK; Robin Duinker en Soraya Putman om beide dagen langdurige en intensieve gesprekken met de verschillende experts te voeren. Hieronder het verslag;

Vrijdag, 5 april
Alia Azzouzi/voormalig Kosmopolis
Alia Azzouzi was onze eerste gast. Zij werkte ruim zes jaar als projectleider bij het inmiddels wegbezuinigde interculturele Kosmopolis, een interstedelijk platform dat kunst en cultuur en debat inzette om een dialoog tussen ‘oude’ en ‘nieuwe Nederlanders’, jong en oud, doeners en denkers tot stand te brengen. Alia heeft hier ondermeer verschillende educatieve projecten ontwikkeld en begeleid. De reguliere (kunst)educatieve praktijk is vooral gericht op havo/vwo niveau stelt Alia. Kosmopolis richtte zich met haar educatieve activiteiten ook op vmbo en mbo-niveau. Sinds 2008 was Kosmopolis gevestigd in de Afrikaanderwijk, de kantoren grensden aan het Gemaal, een expositieruimte waar door Kosmopolis in samenwerking met partners tentoonstellingen werden georganiseerd. Voor het publieksbereik is het van wezenlijk belang langere tijd een bepaald thema vanuit verschillende kunstdisciplines uit te kunnen lichten. De confrontatie daarmee leidde tot een dialoog, verhalen en achtergronden van de een werden duidelijk voor de ander.
Alia Azzouzi heeft als gevolg van de bezuinigingen ontslag aangezegd gekregen maar werkt inmiddels aan vergelijkbare projecten voor het Museum van Volkenkunde in Leiden. Ze woont nog in Rotterdam, de stad fascineert haar, maar zij ziet nog maar weinig instellingen die zich gericht bezighouden met het ontwikkelen van een (inter)culturele dialoog nu ook het debatpodium de Unie is wegbezuinigd door de gemeenteraad. De tentoonstelling Hand Made in Boijmans kwam ter sprake als; ‘een gemiste kans’; juist in deze tentoonstelling was er de mogelijkheid de potentie van de ambachtelijke expertise van ‘de nieuwe Rotterdammer’ prominent voor het voetlicht te brengen. Boijmans heeft echter als dominant rolmodel gekozen voor keurige bejaarde Hollandse dames die in de tentoonstelling garen spinnen voor de bezoekers.

Gino van Weenen/JongRRKC
Gino van Weenen is lid van Jong RRKC. De bezuinigingen hebben ertoe geleid dat jong RRKC het met minder leden moet doen en zij zich meer moet toespitsen op de kerntaken die dichterbij de taken van de reguliere (volwassen) raad liggen, namelijk een adviserende. De voortrekkers- en signalerende rol die voorheen kon worden uitgevoerd, zoals het organiseren van tentoonstellingen met jonge Rotterdamse kunstenaars (V.O.R.K.) en het organiseren van debatten gericht op jongeren is hierdoor uit zicht geraakt. Het debatpodium de Unie is door een correctie van de gemeenteraad op de bezuinigingsplannen geheel wegbezuinigd.
Maar, stelt Gino positief gestemd, die voortrekkersrol is wellicht ingehaald door de tijd, inmiddels zijn er verschillende initiatieven in de stad die deze taak op zich nemen. Nu we het met minder mensen moeten doen, dwingt het ons tegelijkertijd breder te kijken, over de disciplines heen als het ware.
De samenstelling van de raad beoogt een afspiegeling te zijn van de Rotterdamse jongerencultuur maar de raad oogt opmerkelijk ‘wit’ oppert Anton Hoeksema. “Culturele (etnische) diversiteit is belangrijk zegt Gino maar ‘men moet er wel zin in hebben’, we hebben betrokken jongeren nodig, uiteindelijk wordt er gekozen voor hen die passen binnen de cultuur van de raad. Misschien moet er een keer een ‘switch’ worden gemaakt, maar een te populistische benadering moet ook worden voorkomen”. Gino denkt dat het een aantal generaties nodig heeft om de culturele diversiteit die deze stad rijk is in allerlei vormen zichtbaar te maken.
Hij ervaart Rotterdam als een unieke stad, een stad die je moet ontdekken en waar ‘niche dingen’ kunnen ontstaan omdat er podia zijn die daar ruimte toe laten en niet tot instituut verworden. Hij noemt voorbeelden als, Roodkapje, Worm en V2. Ook ziet hij grote bereidheid tot samenwerken, ‘De Derde Dinsdag’ vindt hij hier een goed voorbeeld van, ook al heeft het publiek hier een hoog ‘incrowd’ gehalte.
Motel Mozaique vindt hij een interessant festival maar hij ervaart dat de programmering meer mainstream is geworden. Hij mist dit jaar een grote naam en betreurt het ‘weekender format’. Vooral jammer voor de Rotterdammers.

Lennart Pieters/Speyksessies
Lennart benadert de bezuinigingen positief; ‘ze kunnen stimulerend werken voor het bedenken van nieuwe initiatieven die de ontstane leegte opvullen. Het is niet noodzakelijk dat kleine initiatieven blijvend zijn. Na twintig jaar Crime Jazz bleek er ruimte voor cross-over activiteiten als Slam/Jam en de Speyksessies die hij samen met twee anderen heeft geïnitieerd. De Speyksessies vinden plaats in de beeldende kunst setting van Galerie Frank Taal in de Van Speykstraat. Hij ervaart een groeiende belangstelling bij de jongere generaties in de stad voor poetry en spoken word en verwijst ook naar nieuwe activiteiten als Poetry Circle bij het HipHopHuis. Als jongeren in aanraking komen met verschillende kunstdisciplines ontwikkelt zich vanzelf een smaak waardoor wellicht ook een festival als Poetry International weer in zicht komt van deze generatie. De Speyksessies zullen voorlopig nog doorgang vinden, het wordt door enkele fondsen ondersteund. Dat de bezuinigingspolitiek van Rutte1 een antikunst mentaliteit met zich zou hebben meegebracht is voor hem moeilijk in te schatten omdat hij op evenementen komt waar voor het merendeel gelijkgestemden in casu hoger opgeleiden samenkomen. Je bent volgens Lennart als cultureel ondernemer succesvol wanneer je de verschillende waardenvelden op de juiste wijze weet te combineren en te bedienen; voldoen aan de eigenwaarde en de belevingswaarde van je publiek, sponsors en artiesten. Op bescheiden schaal is dit gelukt met de Speyksessies. Lennart ervaart het als een gemis voor de stad dat een breed poppodium als De Nieuwe Oogst (Maassilo) reeds in een vroeg stadium ter ziele is gegaan. Dit geluid horen we later ook van Aruna Vermeulen.

Kwannie Tang/Studio ZI
Studio ZI is een jong kunstenaarscollectief waarvan alle leden een Chinese/Aziatische achtergrond hebben. Alle zijn professioneel kunstenaar in verschillende disciplines; vormgeving, mode, webdesign, illustratie enz. wat meer kansen biedt op het binnenhalen van opdrachten. Het is een bewuste keuze geweest alleen met kunstenaars van Aziatische afkomst te werken, daarmee onderscheiden ze zich. Er bestaat van oudsher een grote Chinese gemeenschap in Rotterdam; voor evenementen als bijvoorbeeld het China Light Festival wordt ZI als partner ingeschakeld. Poetry International benadert Studio ZI voor vertaalprojecten en de ondernemersvereniging Alliantie Kruiskade betrekt het kunstenaarscollectief bij verschillende activiteiten in het Kruiskade gebied. Subsidies spelen een rol en bieden in sommige gevallen een basis, zo dreigt nu als gevolg van de bezuinigingen de Alliantie bepaalde activiteiten te moeten beëindigen waardoor een belangrijke partner kan wegvallen. De Alliantie voorziet het collectief van betaalbare of om/niet locaties.  Kwannie werkt al jaren als vrijwilliger mee aan het Motel Mozaique festival, ook van haar krijgen we te horen dat het festival meer mainstream is geworden en dat ze in haar omgeving verneemt dat men het ‘weekender format’ betreurt. Een sterk element van het festival vindt ze dat het publiek van buiten de stad weet te trekken. Hier schuilt een paradox, want juist dat element is een motivatie geweest over te gaan tot het ‘weekender format’.

Tymon Ferenc de Laat/Me Like Painting
Tymon bezet tot september 2013 samen met twee andere partijen de voormalige ruimtes van Roodkapje aan de Meent. Vertelde Gino dat het publiek van de Meent met scheve ogen leek te kijken naar de activiteiten van Roodkapje (‘niet voor ons bestemd’), Tymon en partners scheppen er juist eer in het merendeels ‘shoppende publiek’ te interesseren voor hun kunst- en cultuuractiviteiten. High and low loopt hier door elkaar; er vinden bijvoorbeeld workshops plaats met studenten van de academie en het Grafisch Lyceum. Street art wordt gecombineerd met hoogwaardige fotografie en schilderkunst, er worden lezingen georganiseerd, zowel over de kunstpraktijk als over alternatieve vormen van financiering. Tymon heeft een advertising achtergrond wat zijn publieksgerichtheid mede verklaart. De bezuinigingspolitiek heeft een aantal partijen op een onbehoorlijke wijze hard getroffen, vindt hij, vooral jammer dat met het wegvallen van partijen als O.T. en Kosmopolis ook de educatieve activiteiten verdwijnen. ‘Maar’ stelt hij, ‘we vormen een protestloze generatie’. Tegelijkertijd ervaart hij een collectief verlangen onder zijn generatie naar een belangrijker rol voor kunst en cultuur.
Hij mist in Rotterdam een ‘centrumgevoel’. (Culturele) routes worden regelmatig verlegd, ‘maar ja zeuren en zeiken hoort ook wel bij deze stad’. Hij verkent zelf vooral de ‘underground’ activiteiten, jonge kunstenaars die leegstaande locaties benutten voor hun activiteiten en hij noemt partijen als Leyp, Bier & Brood, Lastplak.
Hij ervaart een sterk ‘trots op Rotterdam sentiment’ in de stad.
Vooralsnog betaalt hij aan de Meent geen huur, het is een tijdelijke locatie. ‘Maar’ stelt Tymon; ‘zodra het mogelijk is moeten kunstenaars leren op eigen benen te staan’. In  mei en juni heeft hij een grote groepstentoonstelling met werk van een dertigtal jonge kunstenaars georganiseerd.

Zelda Conceptstore was door familieomstandigheden verhinderd en Rotterdam Marketing gaf aan het op prijs te stellen de notulen niet openbaar te maken. Dat respecteren we, we hadden een inspirerend gesprek over de potenties van de stad; Anton Hoeksema kon het niet laten de International Beeldencollectie als ‘unique selling point’ onder de aandacht te  brengen van Rotterdam Marketing.

Zaterdag, 6 april
Dick Couvée/Pauluskerk
De tweede sessie op zaterdag nam een aanvang met Dick Couvée, predikant van de Pauluskerk, begin juni wordt de nieuwe locatie in hartje stad, grenzend aan het Schouwburgplein officieel geopend. De Pauluskerk biedt ondersteuning aan mensen die elders geen hulp kunnen vinden.  De Pauluskerk ziet kunst en cultuurprogrammering als sociaal instrument voor de stedelijke samenleving en biedt de stad met ingang van juni het nieuwe culturele podium ‘Pauluskerk DOCK’ waar in samenwerking met partners uit de stad Debat, Ontmoeting, Cultuur en Kunst zal worden geprogrammeerd voor een divers intercultureel (stads)publiek.
Dick Couvée leek bij binnenkomst aangeslagen door een artikel in het ochtendblad waarin niet eerder onthulde malicieuze praktijken van ons bankwezen werden beschreven. ‘Dat noodzaakt de overheid tot nog meer bezuinigingen’. Voor Couvée is het duidelijk; Voor een fatsoenlijke samenleving zijn religie, kunst en cultuur van wezensbelang. Ze zijn in de kern grensoverstijgend en grensverleggend. In de ontmoeting met de ander brengen ze je in contact met werelden en percepties die anders zijn dan de jouwe, een oefening in de omgang met het vreemde. Dat is belangrijk want onze huidige samenleving denkt jammer genoeg in groepen. Mensen die er volgens de samenleving niet toe doen worden afgeschilderd als ‘losers’ en ‘onrendabelen’. Op het voorhoofd van de wereldburger van nu staat een grote C gedrukt volgens Dick Couvée, niet de C van Christendom mochten wij dat denken, maar van Consument(isme). Een eendimensionale cultuur. Het evenwicht in sturend vermogen tussen markt en overheid is volledig uit balans geraakt. Alle sectoren van de samenleving (waaronder onderwijs, zorg, kunst en cultuur/godsdienst) worden gemodelleerd naar de wetten van het heersende systeem. De markt moet het oplossen, alles naar de framing van de meritocratie. Godsdienst, kunst en cultuur zijn geen particuliere zaken maar een publieke. Onderwerpen die via het nieuwe stadspodium Pauluskerk DOCK vanaf juni onder de aandacht zullen worden gebracht.

Aruna Vermeulen/HipHopHuis in gesprek met Joany Muskiet
In september vierde het Hip Hop Huis zijn tienjarig bestaan tegelijkertijd met de opening van de nieuwe locatie aan de Delftsestraat. Aruna wilde graag met het HipHopHuis naar het centrum om uit te kunnen groeien tot ‘een grotere speler binnen de sector’. En dat is gelukt, de positie van het HipHopHuis is sterk verbeterd. In aanvang wilde zij met haar programmering antwoord geven op zowat alles wat de jongeren in de stad bezighoudt. Maar de gemeente was niet van zins de voorstellingspoot te stimuleren, wel educatie. Het programmma is daardoor smaller geworden en specifieker op educatie gericht. En ook hier, net als bij het wegbezuinigde Kosmopolis is er bij de educatieve aanpak een sterkere gerichtheid op MBO en VMBO. Het HipHopHuis is geen kunstvakopleiding maar kan gekenmerkt worden als een Vrijetijdsbesteding PLUS. Jongeren hebben hier de kans kwaliteiten te ontwikkelen die hun zelfbeeld versterken. Wanneer het maar even kan worden ervaringsdeskundigen ingezet als docenten, mensen die een autoriteit zijn binnen de undergroundscene en als geen ander op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in de danswereld. Dit is anders dan in de reguliere opleidingsinstituten. Er is sprake van intense informele kennisoverdracht die moet worden omgezet naar formele beleidsprotocollen en structuren. Dit is uiteraard van belang voor de bedrijfsvoering maar het mag niet ten koste gaan van specifieke kwaliteiten zoals laagdrempeligheid stelt Aruna. Zo zal de sinds kort verplichte registratieplicht voor sommige jongeren een te hoge drempel opwerpen. De bezuinigingen brachten met zich mee dat organisatie moest worden afgeslankt, Aruna heeft personeel moeten laten gaan. Het besef zoveel mogelijk financiën uit de markt te moeten halen is wel ingedaald, maar het is geen gemakkelijke opgave. Crowdfunding valt niet mee en sponsoring is alleen o.k. wanneer het in de lijn ligt van de beleidsvisie.
Joany Muskiet had zich aangemeld voor het Spreekuur van Aruna Vermeulen, zij is de moeder van de in 2004 overleden rapper Helderheid(Hoor Elke Les Die Een Reden Heeft En Ignoreer Dwaasheid). Joany besefte niet welke grote impact haar zoon Brighton had op de jongerencultuur in Rotterdam Zuid, bij zijn begrafenis waren meer dan duizend jongeren aanwezig. De raps van MC Helderheid waren geschreven vanuit een straatvisie, rauwer en geëngageerder dan de populaire rap, ze gaan over dat deel van de samenleving waar je in de ‘comfortzone’ nooit iets over hoort. Inmiddels is er een HELDERHEID bokaal in het leven geroepen die jaarlijks wordt uitgereikt aan nieuw talent, en er is een plein in de wijk Feyenoord naar hem vernoemd waar regelmatig culturele activiteiten plaatsvinden. Aruna en Joany hebben tijdens het Spreekuur afspraken kunnen maken om in de toekomst wanneer mogelijk samen te werken. De HELDERHEID rappers waren op Motel Mozaique geprogrammeerd tijdens de boottocht over de Maas. Tijdens de openingsweek van de nieuwe Pauluskerk staan ze voor het eerst boven de Maas geprogrammeerd. Volgens Joany Muskiet is het gebrek aan culturele diversiteit binnen de culturele sector een klassenkwestie.

René Dutrieux/Verenigd Schouwburgplein in gesprek met Fiona Soekardi (opgegroeid op de Mauritsplaats achter de Pauluskerk en nog steeds woonachtig in het centrum van Rotterdam).
Fiona uit kritiek die je van bewoners van een gebied kan verwachten, er hangt regelmatig een penetrante geur, het plein is te glad om veilig over te lopen waardoor passanten het mijden en het feit dat er vroeger meer sfeer was. Klachten die bekend zijn en waar aan gewerkt is en wordt volgens Dutrieux. Fiona toont tevens haar betrokkenheid door gedurende het gehele uur deel te nemen aan het gesprek.
René Dutrieux is secretaris van de Vereniging Verenigd Schouwburgplein (VVS), doelstelling van de VVS is het Schouwburgplein te verlevendigen o.a. door het plein het gehele jaar van programmering te voorzien en niet alleen tijdens reguliere festivals als Motel Mozaique. De gemeente heeft een fiks bedrag toegezegd wanneer de verschillende partijen het plein weten te verlevendigen. Dat bereik je niet in een jaar tijd. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest  bijvoorbeeld werkt drie jaar vooruit, de programmering voor die periode is al bepaald. Maar de doelstelling wordt door de meeste partijen omarmd. Zo zou de horeca die zich rondom het plein bevindt kunnen worden betrokken bij de verschillende festivals, dan krijg je een gedeelde beleving van het gebied, wel zou hier dan enige verjonging moeten plaatsvinden want niet alle horeca wil of kan hier nog energie in steken. Ook zouden activiteiten van partijen die elders in de stad gevestigd zijn zoals HipHopHuis kunnen worden gefaciliteerd, zodat je kunt laten zien wat je stad te bieden heeft aan kunst en cultuur. René Dutrieux uit kritiek op de inrichting van het plein door Motel Mozaique. Je kijkt vanuit het noorden tegen de achterkant van een festival aan, dat is niet uitnodigend en past geheel niet in de doelstellingen van de VVS.

Carrie/columniste en advocaat
Carrie toont zich in aanvang op ’haar polemisch best’. “Rotterdam is een arme stad, dan kan je honderd euro subsidie per Doelenkaartje niet verantwoorden. Afbreken die handel, daar zitten alleen maar ouwe lijken die ook makkelijk naar Den Haag kunnen voor hun liefhebberij. Het orkest is toch ook helemaal niet zo goed”.
(Niet iedereen lijkt te weten dat voor menig popfestival hetzelfde bedrag per kaartje wordt gesubsidieerd;red.). Carrie komt van origine uit Utrecht, een baan bracht haar indertijd naar deze stad en ze staat inmiddels bekend als Rotterdamse Carrie.
Volgens haar blijft veel potentie onbenut. Men zou meer gebruik moeten maken van de culturele diversiteit die de stad rijk is: ‘laat de zogenaamde hangjongeren of andere bevolkingsgroepen eens programmeren, men zal verbaasd staan’. Carrie adviseert de makers in de stad ook eens buiten hun eigen kring te kijken, naar wie je niet kent en die te betrekken bij de programmering van de stad. In Rotterdam Zuid werkt overigens het Theater Zuidplein in die lijn, de programmering is daar al sinds geruime tijd meer afgestemd op de lokale bevolkingssamenstelling, met een eigentijds en interessant programma spreekt het een breed publiek aan.
En haar advies aan de politiek; “Liever verkiezingen om de acht jaar in plaats van vier, zodat eindelijk eens een steekhoudend beleid kan worden uitgezet!”

Cor Kraat/beeldend kunstenaar
Cor Kraat heeft de stad Rotterdam in zijn genen, zijn identiteit is tevens de identiteit van de stad, of andersom, zo voelt hij dat. Hij heeft zowel individueel als met het collectief Kunst en Vaarwerk de stad kunstwerken van blijvende waarde geschonken. Zijn ‘Delftse Poort’ is wellicht het meest bekende en monumentale werk van zijn hand dat de buitenruimte siert. Al in de jaren zeventig maakte hij een trip naar New York waar hij aangenaam verrast werd door een geesteshouding die enthousiasmerend werkte. Ondernemingszin leek zowel te worden toegepast door de private sector als overheid en individu, het leek een vorm van wederkerigheid te genereren. In die tijdgeest was het goed werken. Die bleek bij terugkomst zowaar ook in Rotterdam te sluimeren. Zowel bij de politiek, volgens Cor bepaald door een toenmalig heersend ‘eenpartijstelsel’, als in de private sector waar evenzogoed een één- of tweemanschap aan het roer stond. Men durfde initiatieven en risico’s te nemen, en o.a. kunstenaars de ruimte te gunnen ideeën tot ontwikkeling te brengen. Verschil met toen en nu is ook; ‘Er was geld’, maar vooral de mentaliteit was een andere.
Hij en Kunst en Vaarwerk hielden zich bezig met aspecten die de stad te bieden had en gingen daar mee aan de slag. Destijds lukte het de private partijen erbij te betrekken als medefinancier. Het is van belang dat meerdere partijen meebetalen, daardoor wordt het kunstwerk door een breed publiek gedragen,’het kunstwerk is dan van ons en voor ons’
Cor Kraat en de zijnen gelden als een lichtend voorbeeld voor menig jong kunstenaar van nu. Een recent advies van Cor luidt: “Neem het woord subsidie niet meer in de mond maar noem het sponsoring, dat verstaat men beter”.

Eeva Liukku/Vers Beton
Het online platform Vers Beton is opgericht omdat er nog geen online platform bestond waar kritische en verdiepende stukken over de stad te lezen waren. Het eeuwige arbeiderscliché dat aan de stad wordt gekoppeld irriteerde Eeva. Rotterdam moet een voorhoedetaak op zich durven nemen als; ‘multiculturele stad die ook hoog durft te vliegen’. De redactie bestaat uit een groep van vijfentwintig vrijwilligers met een zeer gevarieerde achtergrond; bijvoorbeeld bouwkunde, journalistiek, filosofie, kunsten. Voorwaarde is dat men in Rotterdam woont en zich betrokken voelt bij de stad. Men zal ook wijkvergaderingen moeten bijwonen om te weten te komen wat er leeft in de stad. De reacties op de artikelen zijn van een hoog niveau, dat is opmerkelijk voor een website. Het wegbezuinigen van het debatpodium de Unie is volgens haar een vooropgezet plan vanuit de gemeenteraad. Hetzelfde geldt voor Kosmopolis dat de durf toonde symposia over o.a. culturele diversiteit en projecten in de wijken te organiseren.
Ze merkt dat bestuurders en ambtenaren Vers Beton bejegenen als ‘knuffel hoger opgeleiden’ die ingezet kunnen worden voor mooie pr-praatjes. Vers Beton bedankt hiervoor; wat de stad nodig heeft is een kritische blik, de noodzaak is er om te reflecteren op wat zich afspeelt in de stad in een streven de stad vooruit te helpen. Enige provocatie kan hierin een functie hebben.
Eeva vindt het belachelijk dat de deuren van de Schouwburg tijdens het Motel Mozaique festival gesloten zijn voor het niet-festivalpubliek. Dat is ook de reden waarom Vers Beton geen debat in de Schouwburg heeft georganiseerd en in plaats daarvan pop-up debatten in de openbare ruimte met het stadspubliek heeft gehouden tijdens het festival.

Irene van Renselaar/Museum Rotterdam
Irene van Renselaar kan blijven werken bij Museum Rotterdam ook al heeft het Museum door de bezuinigingen zijn deuren moeten sluiten en de helft van het personeel moeten ontslaan. Er worden in afwachting van een nieuwe locatie (2016) voorlopig projecten op locatie of in de wijken georganiseerd. Ze hoopt dat de bezuinigen met zich meebrengen dat de verschillende partijen met hun expertise wanneer mogelijk aanhaken, zodat je wellicht dichter bij de kern van je taken kan komen. Bij het project De Stad als Muze worden verhalen van nu verbonden met de geschiedenis van de stad. Kunst en cultuur wordt hier ingezet als medium tot communicatie met de ander en het andere. Culturele diversiteit hoeft dan niet meer te worden benoemd, het speelt zich af.
Veel culturele instellingen zien zich door de bezuinigingen genoodzaakt experimenteren te laten en alleen nog ‘veilig’ te programmeren. De Stad als Muze is een participatieproject, maar meer nog is het een werkwijze van Museum Rotterdam die zal worden voortgezet. Net als bij het HipHopHuis en Kosmopolis schakelt Museum Rotterdam ook ‘ervaringsdeskundigen’ in bij projecten, je doorbreekt daarmee gemakkelijker de afstand tussen publiek en programma, de museumcurator zal eerder het ‘vakjargon’ hanteren dan de ervaringsdeskundige.
Irene komt uit Utrecht, woont sinds 2001 in Rotterdam, een stad die je moet ontdekken en uiteindelijk je moet toe-eigenen. Inmiddels ervaart ze ‘een trots op de stad’.

Liesbeth Levy/ Debatpodium de Unie
Het debatpodium de Unie is in de laatste fase van het bezuinigingstraject ondanks een positief advies alsnog wegbezuinigd door de Rotterdamse gemeenteraad. Het wekte alom verbazing. Hetzelfde lot trof Kosmopolis. Het ligt merkbaar gevoelig binnen de sector hierover van gedachten te wisselen is de ervaring van Anton Hoeksema.
Volgens Liesbeth Levy is de publieke sfeer in de stad van wezenlijk belang. Zij had in haar functie de vrijheid ruimte te bieden aan het publieke debat dat vaak de grootstedelijke problematiek als onderwerp had. De debatten werden uitstekend bezocht. Volgens Levy dient kunst en cultuur te worden ingezet ter articulatie van het verschil binnen de gemeenschap, dat leidt tot dialoog niet het pamperen van een vermeende harmonie. Noemde Joany Muskiet het gebrek aan interculturele diversiteit binnen de culturele sector een klassenkwestie, Levy geeft aan dat lange tijd in de stad het dualisme; elite/volk het stokpaardje is geweest. De middenlaag wordt bij die overbrugging niet genoemd. Maar volgens haar kan iedereen kritisch denken. De volle zalen tijdens de debatten gaven weer dat een brede doelgroep de moeite wilde nemen die te willen volgen. Ze ervaart in deze stad een ‘Nick en Simon socialisme’ met een interessanter repertoire zou het wellicht de moeite waard zijn. Jarenlang was volgens Liesbeth het speerpunt van de politiek ‘marketing’ nu is dat ‘communicatie’. Niet dat zij iets tegen communicatie heeft maar het is iets ander dan een dialoog voeren.
Het gedoogkabinet Rutte1 heeft geen haat tegen moslims opgeleverd maar een haat tegen kunstenaars. Er is langzaamaan een scheefgroei ontstaan tussen waar kunst voor bedoeld is en de eisen die de politiek eraan stelt. Er had al veel eerder een kritische tegenbeweging vanuit de kunsten moeten worden ontwikkeld. De kans had gelegen in een intelligente doorwerking van de culturele diversiteit binnen de sector. Religie is hier een intrigerend issue, bij alles wat je doet is de morele overweging belangrijk Ook om die reden is het nieuwe Pauluskerk DOCK-podium interessant. Er wordt verwezen naar een publiek debat in de Unie waar verslag werd gedaan van een recent directeurenoverleg (kunstinstellingen) waaruit bleek dat er een visie ontbreekt. Levy; “Een groep mensen bijeen die zich bedreigd voelt, komt met halfzachte projecten over de boeg”.

Yousra Bouzidi/docente maatschappijleer
Yousra is verliefd op deze stad, de reden is de culturele diversiteit, ze bezoekt diverse activiteiten zoals Spoken Word, Poetry Circle, tentoonstellingen enz. Haar liefde voor kunst en cultuur is begonnen bij de literatuur. Zelf schrijft ze ook. Door ontmoetingen tijdens Spoken Word activiteiten is ze op allerlei plekken terecht gekomen. De stad moet je ontdekken. Je maakt in deze stad makkelijk contact met anderen is haar ervaring. Tijdens haar lessen maatschappijleer in het MBO verwerkt ze wanneer mogelijk kunst en cultuur. Yousra probeert de jongeren te betrekken bij culturele activiteiten die ze niet kennen. Ze organiseert excursies aan tentoonstellingen en anderszins. Binnen de opleiding verwerkt ze die ervaringen in vakoverstijgende opdrachten. Het is heel goed mogelijk jongeren te interesseren voor een breed kunst en cultuuraanbod wanneer je weet aan te sluiten bij hun belevingswereld. Hiervoor maakt ze gebruik van rolmodellen zoals bijvoorbeeld Tupac, die zijn muziek gebruikte om zijn engagement over te brengen. Via zijn muziek behandelt ze iemand als Martin Luther King en diens betekenis. Ze gebruikt ook populaire televisieprogramma’s om haar leerlingen geïnteresseerd te krijgen in het verhaal van de medeleerlingen; begrip voor elkaar ontstaat pas wanneer je het verhaal van de ander kent. De laatste activiteit die ze heeft ondernomen is de leerlingen mee te nemen naar de Jean Paul Gaultier expo in de Kunsthal. Het grootste deel van haar groep was er onbekend mee, maar het sprak enorm tot de verbeelding. Motel Mozaique vindt ze sympathiek, ze is lovend over Het Spreekuur, goed dat er ruimte is voor dialoog.

Ronald Motta/ beeldend kunstenaar en voormalig bestuurder
We hadden vanuit onze setting in Stageability zicht op het kunstwerk De Geluks Boeddha van Motta dat in de hal van de schouwburg was tentoongesteld. Motta gaf een vijftig minuten durend college ‘geschiedenis van de stad vanaf het bombardement’ ten beste. Het reikt hier te ver daar uitgebreid verslag van te doen. We pikken er een paar issues uit; Vijftien jaar geleden is Motta actief geworden in de politiek. Hij heeft in zijn tijd als bestuurder o.a. meegewerkt aan de totstandkoming van een inkomensregelingvoor kunstenaars (WWIK) die met de bezuinigingen volledig dreigt te worden afgeschaft. Volgens Motta bevinden we ons op dit moment in een uiterst kwetsbaar tijdsgewricht. Veel van wat in de laatste decennia met zorg is opgebouwd wordt nu rücksichtslos afgebroken.
Het is op zijn zachtst gezegd ‘vreemd’ te noemen dat na de bezuinigingen het enige officiële debatpodium in de stad nu in een kerkgebouw (Arminius) is ondergebracht. Dat werkt voor sommige bevolkingsgroepen beslist drempelverhogend. In het algemeen is er een groot wantrouwen ontstaan ten opzichte van de politiek, maar zeker ook in deze stad. Het biedt tegelijkertijd ruimte onder anderen voor kunstenaars om een nieuw geluid te laten horen. Ronald Motta heeft een concept bedacht waar hij zich als kunstenaar mee wil profileren; het deconstructivistisch dadaïsme. De tijd is er rijp voor. Ronald verwijst hier naar kunstenaars als Gyz La Rivière en Kate McIntosh die een spraakmakende dynamiek weten te genereren rond hun presentaties. In maart 2014 zijn er weer verkiezingen. Als oud-bestuurder en kunstenaar doet hij een oproep aan het publiek en vooral de jongere generatie om de politiek te bombarderen met informatie over de stad zodat het in de verkiezingscampagnes terecht komt. En niet vergeten de lobby voort te zetten tijdens de vorming van het college.

Gyz La Rivière/ kunstenaar
Dat de culturele instellingen geen vuist hebben kunnen maken in deze barre tijden hebben ze volgens Gyz aan zichzelf te wijten.  Het is al eerder geconstateerd, er is geen visie. Hij voelde zich dan ook niet geroepen mee te lopen in de Mars der Beschaving naar het Malieveld. Het is uiteraard ernstig dat de zorgvuldig opgebouwde culturele infrastructuur in deze stad weer deels wordt afgebroken, dat O.T., Bonheur en anderen zijn wegbezuinigd, continuering is een noodzaak anders wis je je culturele sporen uit.
Over het lokale maakt hij zich dan ook meer zorgen dan over de rest van Europa.
Steden zijn pas aantrekkelijk voor bedrijven wanneer daar een volwaardige culturele infrastructuur bestaat en steden zullen in de nabije toekomst belangrijker zijn dan landen. Zijn eerste tentoonstelling had Gyz in Showroom MAMA. Inmiddels is de galeriefunctie vervallen en vervult MAMA een belangrijke kweekvijverfunctie. In die lijn heeft hij ook grote sympathie voor plekken als RAAF op Zuid, Opperclaes en Singer Sweatshop. Er staat genoeg leeg in deze stad om steeds opnieuw weer iets te kunnen ontwikkelen. Maar hij vindt het wel gevaarlijk als kunst wordt misbruikt voor het toedekken van ‘vastgoedtoestanden’. Ook presentaties als RE: tijdens Art Rotterdam bekoren hem niet; dat gaat voorbij aan alles waar kunst voor staat.
Beleidsmakers, ambtenaren en docenten moeten verplicht worden ook in deze stad te wonen, dan weet je waar je over spreekt. En wat de culturele diversiteit aangaat; als stad Rotterdam moet je kunnen uitstralen dat het hier wel gelukt is met al die verschillende nationaliteiten. ‘Makers gaan niet kapot’; de toekomst van Gyz ligt in ieder geval in deze stad verankerd.

Anton Hoeksema / Stacii Samidin
Stacii Samidin gaf zich op voor een gesprek met Anton Hoeksema. Vorig jaar heeft hij met Stacii aan een project gewerkt in Nantes, Frankrijk. Ook een (voormalige) havenstad, daar huist een groep beleidsmakers en creatieven die met kunst- en cultuurprogrammering op een intelligente en adequate wijze weet in te spelen op de unieke identiteit van de stad. Stacii heeft er een onderscheidende bijdrage kunnen leveren aan een project waar ook andere Rotterdamse kunstenaars bij betrokken waren. Toen Anton zijn gemengde gevoelens over zijn geboortestad aan Stacii liet blijken reageerde deze enigszins gepikeerd; “Rotterdam is een goeie stad man”. Volgens Stacii faciliteert de stad veel voor jongere kunstenaars en amateurs. Hij wil de stad dan ook als zijn thuisbasis beschouwen ook al woont hij in Oosterflank en niet in het centrum.
De unieke culturele diversiteit inspireert hem, de stad voelt vertrouwd, ondanks zijn ervaring dat tijdens een opening van een expositie waar hij aan deelnam en waar een zeventigtal van zijn vrienden op af waren gekomen plotseling de politie verscheen in de veronderstelling dat er iets dreigde.
Stacii was vooral naar het Spreekuur gekomen om bij Anton te informeren hoe de jonge kunstenaar zich na zijn studie moet profileren. Velen kennen het vak van ondernemen niet, daar is weinig aandacht voor op de academie. In Anton’s nieuwe functie bij het CBK Art Office is dat een van de taken waar hij zich mee gaat bezighouden; het stimuleren van de kunstenaar in zijn ‘ondernemerschap’. Stacii is meer dan welkom op zijn eerstvolgende spreekuur.