Column Zzzt…

16/04/13

Een van de performers – Sabine Wong – die afgelopen Motel Mozaique betrokken was bij het slaapproject Zzzt… heeft haar ervaringen opgeschreven met als resultaat deze prachtige column:

Stille overgave
Gehuld in witte nachtponnen lopen de wandelaars over het Schouwburgplein. Een siddering trekt door de gebouwen. De kalmte van elke weloverwogen stap herinnert de stad aan datgene wat verloren is gegaan. Een flits trekt voor mijn ogen langs, plotsklaps ben ik weer dáár, in de jungle. De echoes van de kloosterbellen hoor ik in mijn hoofd, terwijl mijn blote voeten de modder teder kussen met bewustzijn. De soberheid van het monastische leven die ascese voorstaat contrasteert met het overdadige sensorische geluk wat op dit culturele festival te vinden valt. Ik zet mijn voet voor de andere, Bud – Dho, Bud- Dho. Mijn ogen beginnen als vanzelf te wateren als ik de stilte voel nederdalen op dit plein, als ik voel hoe de gebouwen luisteren naar onze aanwezigheid die met elke stap herbevestigd wordt. Tijden flitsen voorbij van het landschap dat hier lang geleden overgroeid was met bomen, waterlanden, moeras. Nu is dit onze samenleving. Stap voor stap. Huizen van beton. Bud – Dho. Daar de lianen. Linkervoet – rechtervoet. Ik aanschouw de verwarring die plaatsvindt als er plotseling een stille verstoring van de stadse chaotische orde is. Een stille tocht in het wit uitgevoerd, voorop een vrouw met lantaarn. Licht brengen door bewustzijn. Bud – Dho. Ik ben ontroerd dat ik dit nu mag doen. De overtuigingen die geleid hebben tot deze architectuur, tot metropolitische consumptie, moderner, duurder, mooier. Een oeroude wandeling. Duizenden jaren oud. Door de jungle, door het bos, door de velden. Stap voor stap. Op dit moment voel ik de eeuwigheid en het huidige moment, als de duim en wijsvinger die elkaar raken en het ontvouwen van het weefgetouw. Ik voel hoe wij – weven – stap voor stap. Onze stof in samenspel met de aarde – of die nu modder of beton is. De ontroering stijgt uit boven mijn lichaam, vermengt zich met het water onder de grond, in de lucht, van de verdichte wolkendekken, in mijn ooghoeken. De stad die alsmaar zachter wordt, overgroeit met lianen. De groene stad, de stad die van ons is, die wij door middel van elke stap hercreeëren. Dit was slechts de eerste.

Voor de bezoeker begon de reis bij de ontvangst. Bij het inchecken ontving de slaper een speldje als dank voor de betoonde overgave en mocht zij haar bagage achterlaten. Na een nachtelijk avontuur vol indrukken mocht de slaper zich melden bij de Doelen, waar zij ontvangen werd door de nachtelfen. Haar schoenen waren het eerste offer, één van de velen. “Volg mij maar” verzocht de witgekapte elf en via een serie van trappen vonden zij gezamelijk de Schatkamer, waar alle bagage in opgeborgen was. Daar werd alleen het nachtgerief meegenomen: tandenborstel, pyjama en eventuele fluffy slippers. Stilletjes vroeg de elf met fonkelende ogen of de schone slaapster zich op een ‘bijzondere plek’ wilde omkleden. Instemmend gaf de slaapster haar nachtelijke benodigdheden over aan de begeleider en liep stil achter haar aan langs de dwaalpaden van het majesteuze Doelengebouw. Plots verschijnt daar een inham waar in de verte de paars, blauw, groene lichten zachtjes branden als een Noordelijke hemel in hartje winter. Witte stapelbedjes zijn in de verte te zien. In deze inham staat alreeds een enkele stoel. “Dan wil ik u vragen of ik u mag helpen met omkleden?”.. Terwijl de jas alreeds over de schouders glijdt is een moment van spanning voelbaar – hoe ver gaat dit nu eigenlijk? “Zal ik u ook met uw trui helpen?” en een knikje later is de slaper alweer in haar shirt. Het proces gaat door totdat zij in haar blote borsten en onderbroek staat en de flanellen pyjama stilletjes over haar huid glijdt – de koele Doelenlucht vervangend met een koesterende warmte. Een vanzelfsprekend gevoel van vertrouwen hangt in de lucht, als een moeder met haar kind en slechts in haar pyjama en pantoffeltjes sloft de slaapster verder, begeleid naar de wc terwijl de elf haar benodigheden draagt. Het is een merkwaardig gevoel, zo bevrijd van verantwoordelijkheden, leeg en zonder noodzaak om ergens zorg voor te dragen. Bij de wc aangekomen kan zij daar haar tanden poetsen en nog meer loslaten op de emaille witte w.c.pot. Buiten wacht haar een andere, nog reeds onbekende mannelijke elf die een capucion op heeft en een nog verstildere uitstraling heeft. Haar tas wordt wederom gedragen, een zachte slaapmuts wordt tedertjes op haar hoofd gezet onder het gefluister van de slaapelf: “We gaan nu een stille nachtwandeling maken, ga je mee?”. Vol vertrouwen kijkt hij haar aan, een witte lantaarn en haar bagage in zijn hand voordat hij zich omdraait en haar voorgaat met langzame schreiden de scheiding tussen deze wereld en de Andere. Leeg en zonder enig ander ding om te doen laat de slaapster haar voeten haar verder bewegen, de ene voor de andere, terwijl de sterrenhemel opdoemt aan de andere zijde van de gang. Één enkel sterretje flonkert op het witte bed dat haar aangeboden wordt door een wijzing van de hand van de elf. Zijn gezicht kan zij nu niet meer zien. De dekens worden voor haar opengeslagen, haar benen zelfs in het bed getild alsof ze een kleutertje is van vier jaar oud en vervolgens stevig toegedekt met de warme deken. Een stille overgave overkomt haar en de slaap arriveert…..

Het ontwaken bracht een nieuwe verrassing. Op kousenvoetjes liepen de ochtendzusters langs de Geliefde Slapers. Een tedere aanraking wekte haar, vervolgens werd haar lange bruine haar geborsteld door een onaards mooi wezen, een enkele traan rolde van haar wang. Haar handen werden gehouden tussen twee warme handen, een spons met schuimerig zeep waste het vuil er vanaf, een dotje zeepsop op haar neus.

Als een rituele wassing werden zweetvoetjes gespoeld met lauwwarm water, het soppen, poetsen en reinigen. Tanden werden gepoetst en de ochtend adem vloeide af een kan met afvalwater. De enige echte reiniging is die de grenzen tussen ‘Ik’ en ‘Zij’ overstijgt, tussen ‘Wij’ en ‘Zij’. Deze brug valt enkel door tederheid en ontroering te slaan. Durf jij ook je over te geven aan een onbekende?

Column
Wandelen over de Schouwburg
De gebouwen vullen mijn ogen met tranen
Witte verstilde gestaltes
“Daar word je wel even stil van..”
Flitsen van de jungle
De bomen waaien mee
Langzaam wandelen we
De jongeren lachen en klagen
De traditie van de monniken
Hun strijd tegen de wereldsheid
Onthechting en ascese
En dat op een cultureel festival
De verwenning van de zintuigen
Betovering in een weekeinde
Een schril contrast
De bomen zwiepen
Elke stap Bu
Elke stap Dho